Het gemaal is vernoemd naar Wilhelmus Leemans, hoofdinspecteur van Rijkswaterstaat en een belangrijke figuur binnen de Zuiderzeewerken.
Twee gemalen, twee energiebronnen
Bij de bouw werd bewust gekozen voor twee verschillende aandrijvingen. Gemaal Leemans werkte op diesel, terwijl Gemaal Lely elektrisch werd aangedreven. Daarmee werd het risico verkleind dat het droogmalen volledig stil zou komen te liggen bij bijvoorbeeld een stroomstoring of brandstofprobleem.
Die praktische benadering past goed bij de enorme technische uitdaging waar men destijds voor stond.
Architectuur van de Nieuwe Zakelijkheid
Ook het gebouw zelf is bijzonder. Architect Dirk Roosenburg ontwierp het gemaal in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid. Strakke lijnen, eenvoudige vormen en een functionele opzet bepalen het uiterlijk.
De lange horizontale gevels volgen de richting van de dijk en leggen zo een sterke verbinding met het omliggende landschap. De repeterende ramen geven het gebouw zijn industriële karakter. In het beton zijn bovendien op sommige plekken nog afdrukken van de houten bekisting zichtbaar.
Nog altijd in gebruik
Gemaal Leemans vormt samen met de schutsluis, het transformatorhuisje en de voormalige dieselolietanks een bijzonder ensemble. De gebouwen hebben de status van rijksmonument.
Na een renovatie in 1994 bleef het gemaal gewoon zijn functie vervullen. Daarmee is het niet alleen een historisch monument, maar ook nog altijd onderdeel van het waterbeheer van de polder.
Een landschap dat bewust werd ontworpen
Niet alleen het gemaal, maar de hele Wieringermeer werd zorgvuldig gepland. Rechte wegen, lange kavels en boerderijen met verschillende bouwtypen vormen samen een herkenbaar polderlandschap.
De Directie Wieringermeer bepaalde de grote lijnen van de inrichting. Architect Marinus Jan Granpré Molière speelde een belangrijke rol bij het ontwerp van de dorpen en landschapsarchitect J.T.P. Bijhouwer bij de groenstructuur.
In de omgeving liggen ook nog verschillende kazematten uit de Tweede Wereldoorlog. Er werd hier uiteindelijk niet gevochten, maar de bunkers vormen wel een bijzonder extra hoofdstuk in de geschiedenis van deze plek.