erfgoedroute West hollands kroon

9. Dijk & Polder

Een dijk als ruggengraat van het land

Onder uw voeten ligt de Westfriese Omringdijk – een van de oudste, krachtigste dijken van ons land. Nu ziet u aan beide zijden land, maar eeuwenlang was dat heel anders. Achter u lag open water: onderdeel van de woeste Zuiderzee. Hier sloegen de golven tegen de dijk en langen dorpen als Kolhorn, Barsingerhorn en Winkel nog direct aan zee.

De geschiedenis van de dijk begint rond het jaar 1000, toen de eerste lage dijkjes werden aangelegd. In de 13e  eeuw werden die losse dijken verbonden tot één grote ring rond West-Friesland: de Westfriese Omringdijk van maar liefst 126 kilometer lang. Eeuwenlang maakt dit het verschil tussen land en water.

Nieuw land achter de dijk

Langs de Westfriesedijk ontstond in 1844 de nieuwe Groetpolder. Samen met de Waardpolder vormde dit een groots inpolderingsproject dat het landschap hier voorgoed veranderde. De polders werden aangelegd op oude zeebodemlijnen en aangeslibde banken, waardoor het gebied geschikt was om droog te maken. Door deze drooglegging lag de haven van Kolhorn plotseling niet meer aan de Zuiderzee.

De polders kregen één duidelijke middenas: de Waardpolderhoofdweg en de Groetpolderweg. De boerderijen en erven kwamen aan deze weg te liggen. De kavels hadden vaste lengte‑ en breedteverhoudingen, die nog altijd herkenbaar zijn in het strakke verkavelingspatroon. De eerste jaren waren zwaar: de zilte bodem leverde weinig op en geld voor stevige dijken was schaars. Pas later werden de dijken verhoogd en werd het land vruchtbaarder. Zo ontstond achter de Omringdijk een nieuw polderlandschap dat vandaag nog steeds zichtbaar is in de rechte lijnen en het ritme van kavels en watergangen.

Ga naar…