erfgoedroute West hollands kroon

10. Stadsrechten

Tegenover het oude raadhuis wordt duidelijk hoe belangrijk stadsrechten ooit waren voor deze streek. In de 15e eeuw kregen verschillende nederzettingen in West‑Friesland zulke rechten toegekend. Ze bepaalden hoe een gemeenschap zichzelf mocht besturen, recht kon spreken en handel kon organiseren.

Graaf van Holland, Willem VI, gebruikte stadsrechten om meer orde te brengen in het bestuur van de regio. Daarbij speelde niet alleen het bestuurlijke belang een rol: nieuwe steden moesten voor hun poortrecht stevig betalen, wat de grafelijke inkomsten vergrootte. De handvesten zelf waren vaak ontleend aan oudere steden, waardoor een netwerk van verwante stadsrechten ontstond.

De lokale heer bleef een belangrijke figuur. Via zijn rentmeester hield hij toezicht op besluiten van stads- en polderbesturen. Zo groeiden deze dorpen uit tot kleine stads­gemeenschappen, met eigen rechten én duidelijke verplichtingen.

Het bestuur werd jaarlijks aangewezen via boonloting, een eenvoudige maar opvallende methode waarbij één zwarte boon bepaalde wie kiesman werd. De uiteindelijke bestuurders werden uit de voordracht van deze kiesmannen gekozen.

Daarnaast gold het tiendrecht: een verplichting waarbij een tiende deel van de opbrengst van land en visserij moest worden afgedragen aan de Heer van Schagen. Pas tijdens de Franse tijd verdwenen deze eeuwenoude rechten en plichten uit het dagelijks bestuur.

Ga naar…