erfgoedroute West hollands kroon

17. Wieringerwaardpolder

Van slijkgrond naar polderland

De Wieringerwaard begon als een uitgestrekt gebied van slik en slijk buiten de Westfriese Omringdijk. Aan het einde van de 16e eeuw zag Adriaan Coetenburgh, burgemeester van Alkmaar, hier mogelijkheden voor nieuw landbouwgebied. In 1597 kreeg hij toestemming van de Staten van Holland om het gebied te bedijken en droog te malen.

De aanleg van de dijken startte in 1609 en vergde enorm veel handwerk. Arbeiders voeren met kleine schuiten slijk aan, vulden dijkvakken op en versterkten de kaden telkens opnieuw wanneer ze door stormen beschadigd raakten. Ook vrouwen werkten mee, omdat er te weinig arbeidskrachten waren voor het zware werk.

In 1611 lag er een nieuwe polder met lange kavels, rechte sloten en een centrale route die het landschap ordende. Later diende deze polder als voorbeeld voor jongere droogmakerijen.

Van windkracht naar stoom

De bemaling van de Wieringerwaard begon met windmolens, die samen het water uit de polder maalden. Met de bouw van het stoomgemaal in 1871 veranderde dit systeem. Molen de Hoop verloor de bemalingsfunctie en werd een korenmolen. Het stoomgemaal werd later meerdere malen aangepast en uiteindelijk vervangen door een modern gemaal in 2013. Maar het markeert nog altijd het moment waarop techniek de taak van de wind overnam.

Kijkt u richting de coupure (de doorgang in de dijk) dan ziet u nog een deur waarachter de schotbalken worden opgeslagen. Bij hoogwater konden deze balken worden geplaatst om de verbinding tussen de Wieringerwaardpolder en de latere Anna Paulownapolder af te sluiten. Het Hoogheemraadschap oefent deze handeling nog jaarlijks: een herinnering dat waterveiligheid ook vandaag een levende taak is.

Ga naar…