17. Wieringerwaardpolder
Van slijkgrond naar polderland
De Wieringerwaard begon als een uitgestrekt gebied van slik en slijk buiten de Westfriese Omringdijk. Aan het einde van de 16e eeuw zag Adriaan Coetenburgh, burgemeester van Alkmaar, hier mogelijkheden voor nieuw landbouwgebied. In 1597 kreeg hij toestemming van de Staten van Holland om het gebied te bedijken en droog te malen.
De aanleg van de dijken startte in 1609 en vergde enorm veel handwerk. Arbeiders voeren met kleine schuiten slijk aan, vulden dijkvakken op en versterkten de kaden telkens opnieuw wanneer ze door stormen beschadigd raakten. Ook vrouwen werkten mee, omdat er te weinig arbeidskrachten waren voor het zware werk.
In 1611 lag er een nieuwe polder met lange kavels, rechte sloten en een centrale route die het landschap ordende. Later diende deze polder als voorbeeld voor jongere droogmakerijen.