5. Wieringermeerboerderijen
Bouwen op nieuw land
De polder werd vanaf 1934 in gebruik genomen. Voor het eerst had de overheid zo een grote rol bij het ontstaan de inrichting van een nieuwe polder. De staat was verantwoordelijk voor de uitgifte van grond en bepaalde de grootte van de kavels. Voor elke boerderij werd een pachtconstructie gebruikt: boeren solliciteerden en een strenge selectie op vakmanschap en betrouwbaarheid volgde. Veel boerderijen zijn later particulier bezit geworden door de nabestaanden van de eerste pachters. Maar Rijksvastgoed is nog altijd eigenaar van veel boerderijen en gronden.
De boerderijen werden per gebied in series gebouwd. Dat geeft de polder vandaag nog steeds een herkenbaar ritme. Er is variatie in het type boerderijen: in totaal bestaan er 19 Wieringermeerboerderijtypen, elk aangeduid met een letter. De letter van de boerderijtypen staat voor het aantal spantvakken van de boerderij. De typen P, S en R komen het meest voor.
Omdat de jonge polderbodem ongelijk verzakte, werd vanaf 1934 gekozen de pachterswoning los te koppelen van de boerderij. De boerderij en woning onder één kap veroorzaakten scheuren in de instabiele polderbodem.